De B Works: Juiste kettinglengte voor gravel, race en MTB
20.02.25 08:05 7162025-02-20T08:05:00+01:00Text: Der Baranski (vertaald door AI)Foto's: Der BaranskiHandleiding voor de perfecte ketting. Productkeuze, optimale lengte & streng geheime proftips voor alle fietstypen en groepenfabrikanten!20.02.25 08:05 7532025-02-20T08:05:00+01:00De B Works: Juiste kettinglengte voor gravel, race en MTB
20.02.25 08:05 7532025-02-20T08:05:00+01:00 Der Baranski (vertaald door AI) Der BaranskiHandleiding voor de perfecte ketting. Productkeuze, optimale lengte & streng geheime proftips voor alle fietstypen en groepenfabrikanten!20.02.25 08:05 7532025-02-20T08:05:00+01:00Drie van de meest voorkomende vragen die in mijn inbox terechtkomen:
#1 "Is het echt nodig om de ketting te waxen?"
#2 "Welke is de juiste ketting voor mijn fiets?"
#3 "En hoe lang moet de nieuwe ketting zijn?"
Terwijl de eerste vraag kort en krachtig met „ja zeker“ te beantwoorden is, duurt het bij de andere twee iets langer en luidt het standaardantwoord helaas eerst „het hangt ervan af“. Maar geen zorgen, ik kan daar zeker duidelijkheid in brengen.
Laat je niet afschrikken als het onderwerp op het eerste gezicht ingewikkeld klinkt. Ik neem je bij de hand (virtueel, vanzelfsprekend) en los het raadsel stap voor stap voor je op.
En als je het echt goed wilt doen, gaat er natuurlijk niets boven een gewaxte ketting - bijvoorbeeld een uit mijn derbaranski.shop.
Hetzelfde, maar anders
Naast de schakelsgroep zijn er nog een hele reeks andere factoren die jullie setup beïnvloeden:
► Racefiets, gravelbike, MTB-hardtail of toch die volgeveerde sofa?
► Welke kettingbladen draaien vooraan? Hoe ziet de cassetteverdeling eruit? En is de derailleurkooi eerder standaard of op steroïden (bijv. CeramicSpeed OSPW)?
► Wisselen jullie graag tussen mono- en tweevoudige kettingbladen (1x of 2x) of spelen jullie met cassetteverhoudingen zoals een DJ met zijn tracks?
► Afhankelijk van framegrootte en eventueel ook wielmaat kan de achterbouwlengte variëren – en daarmee ook de benodigde kettinglengte.
Meestal volstaat de groep samen met de overbrenging om op zijn minst te bepalen of het een 116- of 126-ketting bij Shimano moet zijn of een 114-, 120- of 126-ketting bij SRAM. Deze cijfers geven het aantal kettingschakels of "links" aan, en in de meeste gevallen geldt: "Waarschijnlijk moet er nog iets worden ingekort." Maar waarom eigenlijk inkorten?
Bij de eerste montage door de fabrikant worden de kettingen als metersware geleverd. In de productie is exact vastgelegd op welke lengte de ketting – afhankelijk van maat en specificatie – op maat gesneden moet worden. Dat heeft als voordeel dat er geen onnodige stukken ontstaan die weggegooid zouden moeten worden. Eindgebruikers krijgen daarentegen gestandaardiseerde kettinglengtes, zodat inkorten meestal onvermijdelijk is. Dat is geen groot probleem, maar voorzichtig: eenmaal verwijderd, kunnen schakels niet zomaar weer worden toegevoegd. Daarom geldt: liever drie keer meten dan twee keer!
In principe zijn er twee manieren om de juiste kettinglengte te bepalen.
Optie nummer één klinkt even eenvoudig als plausibel: Je houdt je aan de kettinglengte die door de fabrikant is gemonteerd. Als tot nu toe alles goed heeft gewerkt, is dat de meest voor de hand liggende keuze. Dat hoeft echter niet altijd de perfecte oplossing te zijn – bijvoorbeeld omdat er al een fout zat of omdat er intussen iets is veranderd. Zo kan de cassette bijvoorbeeld van 11-30 naar 11-34 tanden zijn gewisseld, of kan er een derailleurkooi met grote rollen en een langere kooi zijn gemonteerd. Op het eerste gezicht lijkt dat nog te passen, maar een blik op de derailleur in extreme verzetten zoals 54/34 is de moeite waard. Als hij bijna horizontaal staat en op het punt staat af te scheuren, klopt er iets helemaal niet. Wees al voorzichtig bij het geleidelijk opschakelen – een te korte ketting valt vaak hoorbaar op door geratel.
Ik stond ooit echt met een maat in het terrein toen een achteraf gemonteerde ketting te kort was – dat eindigde in een derailleurramp met een gebroken spaak. Klinkt dom, maar wie reservekettingen bij elkaar in een doos bewaart, moet vóór montage beslist de lengte controleren. Gewoon de verwijderde en de nieuwe ketting naast elkaar leggen helpt zulke missers te voorkomen. Toch: tel altijd de schakels! Want afhankelijk van slijtage en rek kun je je anders ook vergissen.
Het volgende overzicht laat goed zien hoe sterk cassettegrootte en derailleur de kettinglengte beïnvloeden. Dat moet bij ombouw altijd in je achterhoofd blijven – en bij fullys niet vergeten: de ketting "stretcht" wanneer de achterbouw inveert.
We beginnen met Shimano
Vooraf een treffend citaat van de Japanners: "Daarom kan voor het bepalen van de kettinglengte ook geen algemeen antwoord worden gegeven!" Afhankelijk van de groupset of het type achterderailleur geven zij namelijk een hele reeks aanbevelingen:Belangrijk bij deze aanpak: de ketting moet hiervoor op het grootste kettingblad en het grootste tandwiel gelegd worden, maar mag daarbij nog niet door de derailleur gevoerd worden. Vervolgens worden een paar schakels toegevoegd om aan de veilige kant te zitten. Hoe groter het bereik van de cassette, hoe meer schakels er bovenop komen — dat begint bij twee en kan worden uitgebreid tot maximaal zes schakels.
Kleine excursie: het loont altijd om op het kleine geleiderplaatje aan de derailleur te letten en de ketting correct door te voeren. Een praktijkvoorbeeld: een medefietser had het verkeerd gemonteerd en — stoïcijns als hij was — simpelweg afgewacht totdat het kleine stukje vanzelf was weggeschuurd. Het lukte na een paar weken inderdaad. En Christoph Strasser heeft ooit op die manier daadwerkelijk dwars door Italië gereden. Je kunt het zo doen, maar je hoeft het niet; het getuigt wel van lef om dat toe te geven en na 775 kilometer gewoon alsnog te winnen. Marginal gains zijn echter iets anders.
Let op
Let bij Fullys goed op dat de ketting in de stand groot kettingblad / grootste tandwiel en bij volledig ingezakte demper nog voldoende speling heeft. Anders krijg je bij de eerste volle compressie in het terrein een flinke knal - en scheurt de ketting. Daar is een heel duidelijke video van de vrienden bij bike-components:
SRAM
SRAM biedt handig verschillende video's per fietstype.
Daarnaast is er nog een calculator, waarin verschillende parameters kunnen worden ingevoerd – en die vervolgens de juiste kettinglengte uitspuugt.
Overigens: Alle Flattop-roadkettingen van de Amerikanen zijn inmiddels zowel geschikt voor 12-speed als voor 13-speed groepen – dat was lange tijd niet het geval. 13-speed-cassettes zijn er van SRAM momenteel weliswaar alleen voor gravelbikes, en de bijbehorende onderdelen lopen onder de naam XPLR, maar met twaalf tandwielen zal het zeker ook bij MTB en Road niet ophouden.
Een klein denkspel richting een 13-speed-TT-groep met integratie van XPLR-onderdelen waart hier al langer rond – er ontbreekt naast het klein grut alleen nog een tijdritframe met UDH-derailleurhanger.
SRAM Red AXS Road
MTB je nach 1-, 2- oder 3-fach Schaltung
Gravel/XPLR
Gewaxed zijn deze 12-/13-speed kettingen bij mij inmiddels in twee varianten te koop in de derbaranski.shop:
► Met Molten Speed Wax getuned.
► Exclusief en alleen bij mij verkrijgbaar: met Dry Fluid Formula S Chain Ceramic heetgewaxed, inclusief nabehandelingssmeermiddel.
Laatste survivaltips
Ongeacht welke fiets het is – voor zulke gevallen is het aan te raden kettingsloten te gebruiken die meerdere keren hergebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld die van YBN, die ik in mijn shop aanbied. Die van Shimano und SRAM daarentegen mogen officieel maar één keer gebruikt worden – en slim als ze zijn raden ze elke keer een nieuwe aan. Sinds kort heb ik trouwens ook YBN-kettingsloten voor Flattop-kettingen in het assortiment.
En hoe doe ik dat bij mijn fietsen – en waarom soms anders dan aanbevolen?
Bij fietsen met voorderailleur laat ik de ketting graag zo lang mogelijk. De reden: ik wil bij bladen en cassette maximale speling hebben en me niet door de kettinglengte vastleggen op een bepaalde verhoudingsstap. Daarvoor wissel ik nu eenmaal te vaak van componenten.
Bij een eerste montage leg ik de ketting voor op het kleine blad en achter op het kleinste tandwiel met 11 tanden. Het achterderailleur span ik daarbij alleen heel licht voor. Daardoor hangt de ketting in deze „domste“ versnelling, die ik toch nauwelijks gebruik, niet slap rond. Tegelijk blijft er boven – op het grote blad en de „reddingsring“ met een 30- of zelfs 34-tands kransje (allemaal Shimano!) – genoeg ruimte, zonder dat er iets beschadigd raakt.
Mocht dat niet schakelen: ik heb alle Synchro-Shift- en soortgelijke Di2-assistentsystemen uitgeschakeld. Ik wil bewust zelf beslissen wanneer de voorderailleur beweegt – en wanneer niet. Vooral met een 34-tands krans kun je veel beklimmingen op het grote blad wegdrukken zonder meteen naar het kleine blad te schakelen (tenminste hier in het noorden). Lieve groeten aan mijn critici in het Allgäu met de klimgenen – ik heb jullie allemaal ook graag.
Hetzelfde geldt voor mijn tijdrijdfietsen, die vooraan sowieso vaak nog maar één vrij groot blad hebben. Deze hebben bijna altijd een speciaal derailleur gemonteerd dat in combinatie een langere ketting nodig heeft. De klassieker: 58 tanden vooraan, 11-30 tanden achteraan, plus een OSPW-derailleurkooi. Daarbij past bij mij altijd de originele geleverde kettinglengte van 116 schakels. Daarmee blijft het derailleur op het 11-tands tandwiel onder spanning, en op het 30-tands tandwiel is er nog genoeg reserve – zonder dat hij horizontaal staat of gaat ratelen.
Marginale verbeteringen
Nog een pluspunt voor alle "Marginal Gainer": althans theoretisch zorgt een lagere kettingspanning ook voor minder wrijving. Precies daarvoor bieden de OSPW-kooiën van CeramicSpeed twee tot vier gaten om de voorspanveer van het achterderailleur op te nemen. Ik kies - precies - altijd één van de onderste gaten met minder spanning. Dat is een heel andere wereld dan de standaardoplossing van Shimano. Voor meer spanning zijn daarentegen de bovenste gaten geschikt.
Dat raadt trouwens ook Dennis Löh van CeramicSpeed aan, die eigenlijk de profs begeleidt - en die ik op mijn bescheiden manier graag wel eens op de zenuwen werk wanneer ik iets heel precies wil weten. Mange tak op dit punt voor het geduld na Holstebro!
Fragment uit het CeramikSpeed-handleiding: "Houd rekening met de vier veerspanninginstellingen op de OSPW-kooi: van H (hoog) tot L (laag). De L-spanninginstelling verlaagt zowel de kettingspanning als de wrijving, maar kan wel leiden tot een licht verminderde schakelprestatie. De H-spanninginstelling biedt de beste schakelprestatie, maar verhoogt de wrijving ten opzichte van lagere spanningsinstellingen.
Kies voor algemeen gemengd terrein (gravel/gravel) of cyclocross-wedstrijden het veerspanningsgat naast H (op één na hoogste spanning) en steek het uiteinde van de veer in totdat het haakt."
Zodat dat alles werkt en de ketting ook op het mono-kettingblad blijft, gebruik ik in de meeste gevallen bladen van Garbaruk. Hun tanden zijn 40% langer dan die van de concurrentie - een duidelijk voordeel. Alle andere bladen zonder voorderailleur kan ik alleen in combinatie met een kettingvanger aanbevelen!
Als ik de overbrenging afhankelijk van de route varieer, is het altijd de moeite waard om naar de kettinglengte te kijken. Bij een 60-tands of groter kettingblad of een grotere spreiding op de cassette - bijvoorbeeld 11-34 bij Shimano of zelfs van 10-28 naar 10-36 bij SRAM - is dat nog belangrijker. Daarom heb ik altijd kant-en-klare kettingen met meer of minder dan 116 schakels in mijn gereedschapskist bij me.
Conclusie: Met de juiste methode naar de optimale kettinglengte!
De ideale kettinglengte hangt van veel factoren af, maar met de hierboven genoemde tips, video's en tools vind je de ideale afstelling voor je fiets.
Nog vragen? Schrijf hieronder een reactie of neem een kijkje in mijn shop - ik help je graag verder!
| Hetzelfde, maar anders |
| In principe zijn er twee manieren om de juiste kettinglengte te bepalen. |
| Let op |
| Laatste survivaltips |
| Marginale verbeteringen |




