Trail- en panorama-biken in het zuiden van Zuid-Tirol
31.07.25 09:19 2502025-07-31T09:19:00+02:00Text: NoMan (vertaald door AI)Foto's: Erwin HaidenVan Traminer naar Blauburgunder, en via Chardonnay en Vernatsch weer terug. Hopla, onderwerp gemist? Nee, nee, gewoon mountainbiken op de geweldige Roen en op de rustige Cisloner Alm, wijnbouwkundig bekeken.31.07.25 09:19 2702025-07-31T09:19:00+02:00Trail- en panorama-biken in het zuiden van Zuid-Tirol
31.07.25 09:19 2702025-07-31T09:19:00+02:00 NoMan (vertaald door AI) Erwin HaidenVan Traminer naar Blauburgunder, en via Chardonnay en Vernatsch weer terug. Hopla, onderwerp gemist? Nee, nee, gewoon mountainbiken op de geweldige Roen en op de rustige Cisloner Alm, wijnbouwkundig bekeken.31.07.25 09:19 2702025-07-31T09:19:00+02:00Lukas Terzer fronst zijn voorhoofd. "Jullie maken eetfoto's zonder wijn?" In zijn stem klinkt niet alleen gespeeld ontzetting mee.
Verlegen als een schooljongen die betrapt is bij verboden balspel laat Erwin zijn camera zakken en probeert hij een verklaring. Maar te laat. De anders zo gezellige gastheer is al omgekeerd en naar binnen in zijn herberg verdwenen.
Zoveel moeite hebben ze zich allemaal getroost: BikeHotels Südtirol directrice Michi Zingerle bij het coördineren van ons verblijf en programma, dat, waarom ook niet, toch ook een bezoek aan een wijnkelder zou kunnen omvatten? MTB-gids en hobbywijnbouwer Rupert Frainer bij het doorkruisen van alle hoogten en hellingen van het Unterland plus Überetsch, dat hij met zoveel anekdotes over land, mensen en wijn omlijstte. Eigenaar van het wijnhuis Christof Tiefenbrunner bij het overbrengen van oenologische basiskennis, die hij zo elegant in de rondleiding door zijn kasteelkelder Turmhof liet terugkomen. En natuurlijk hotelbaas Lukas Terzer zelf, bij het huisvesten en verzorgen van onze driekoppige ploeg, wat hij met zoveel zorg, gastvrijheid en sommelier-expertise op zich nam.
En wij? Aan het einde van de dag drinken we in het grootste wijnbouwgebied van Zuid-Tirol water in plaats van wijn.
Kurtatsch aan de wijnroute in het zuiden van Zuid-Tirol
Waar we deze keer verblijvenParaderoute naar het alpiene uitkijkpunt Monte Roen
Sant' Antonio-Pozzo, een stadsdeel van Kaltern an der Weinstraße, precies 35 uur eerder. We hebben ons (dankzij Südtirols Süden Card gratis) en onze fietsen (tegen het gereduceerde dagtarief van 3,50 euro per stuk) in de Mendelbahn ingecheckt en wachten nu gespannen op de aankomst van de knalrode berg-Ferrari.
Slechts 12 minuten rijtijd heeft de in 1903 als eerste elektrisch aangedreven verbinding in Tirol geopende lijn naar de 854 meter hoger gelegen Mendelpas nodig. Ze overbrugt de 2.374 meter lange route met gemiddeld 39% en maximaal zelfs 64% stijgingspercentage, waardoor ze lange tijd als de steilste kabelbaan van Europa gold.
Als alternatief zouden we over de het hele jaar berijdbare pasweg naar de met 1.363 m diepste insnede van de Mendelkam kunnen omhoogtrappen, die van oudsher de grens vormt met het Italiaanstalige Trentino en de toegang naar het Nonstal. Maar die is helaas verworden tot een racebaan voor motoren en een uitstaproute voor auto’s.
Daarom veroveren we de Mendel niet op de sporen van de eerste toeristen uit de hogere kringen van het Habsburgse en Wilhelminse rijk - onder hen in 1889 en 1894 zelfs keizerin Sisi - aan wie uiteindelijk op de pashoogte ook chique hotels en herbergen werden gebouwd. Liever laten we ons comfortabel in de Direttissima omhoogbeamen. Er komt toch nog genoeg afzien om omhoog naar de Roen, de spectaculaire huisberg van Tramin en hoogste top van de Mendelkam!
Dat alles en meer heeft Rupert ons al verteld tijdens onze tocht van Kurtatsch, locatie van het Bikehotels Terzer, naar St. Anton, dalstation van de Mendelbahn — als we al adem hadden om te praten. Want enerzijds was de ongeveer 13 km lange weg door de dorpen geenszins zo vlak als je doorgaans van een aanrit naar een dalstation zou verwachten. Vooral de hellingen naar Altenburg en al eerder naar Söll hadden het in zich.
Anderzijds stokte ons vanaf het begin de adem bij al die pracht en luister die zich in het ochtendlicht ontvouwde. Met de zon in het gezicht trapten we als op een XXL-uitkijkterras zo'n 150 hoogtemeters boven de vlakke dalbodem, voor en achter ons de bergkammen van de Nonsberggroep en de Fleimstaler Alpen, die de ene keer rotsig en licht stralend waren, de andere keer bosrijk en donker pronkten, onder ons de eindeloze appelweiden links en rechts van de Etsch, en om en boven ons de hele trots van de regio: wijngaarden zover het oog reikte.
Uitzichtsterras in XXL
In de dorpen aan de voet van de Mendelkamm: Kurtatsch, Rungg, Tramin, Söll, AltenburgVoor het grootste deel zijn ze hier, rond het even beroemde als pittoreske Tramin, aangeplant met het bekendste van de drie inheemse Zuid-Tiroolse rassen: de Gewürztraminer. "Deze druif houdt van de warme, goed geventileerde steile hellingen en kalkrijke, leemachtige bodems", vertelde Rupert. Tot op vorstvrije 600 m reikten de Traminer-aanplantingen; de beste lagen bevonden zich op iets meer dan de helft daarvan.
In grote lijnen gaat het Zuid-Tiroolse wijngaard er hetzelfde aan toe als de mountainbikers in de regio: hij profiteert van het mediterrane klimaat van het zuiden en van de Alpen als koudebescherming in het noorden – en dat al sinds mensenheugenis. Zijn thuis, zo zei de Traminer niet zonder trots, "is waarschijnlijk een van de oudste wijnbouwgebieden van Europa." In het nabijgelegen Margreid groeit tegen een huismuur de in 1601 geplante oerrank, de oudst gedateerde wijnstok van het continent. Maar al de Räter verbouwden hier in de vijfde eeuw voor Christus wijn.
Zodra de mountainbikes in de Mendelbahn-wagons gestapeld zijn, ontwikkelen wij een stevige fobie. Steil als de ladder van een via ferrata loopt de baantracé omhoog. Onvoorstelbaar als het touw nu zou scheuren!
Dat gebeurt natuurlijk niet; en het is ook nog nooit gebeurd, stelt Rupert ons gerust. En dat moet hij weten, want hij heeft – zoals zo veel mensen uit het Onderland – alle zomers van zijn jeugd op de Mendel doorgebracht. Want wanneer in het dal beneden de lucht van de hitte trilde en zelfs de Ora, de zuidwind van het Gardameer, geen echte verkoeling meer bracht, vluchtten de inwoners al eeuwenlang naar hogere oorden.
"Vanaf half juni hadden de wijnbouwers vroeger tot de oogst niet veel te doen. Dus kwamen ze met zak en goed naar het zomerverblijf hierheen", legt de local ons uit. Hun oorspronkelijk illegale hutten, aanvankelijk zelfs alleen tenten, werden al lang geleden door betaling van een kleine vergoeding gelegaliseerd; ook leidingwater en riolering kwamen later. En van meerdere weken aaneengesloten verblijf is het de klassieke weekenduitstap geworden.
De Mendel, traditioneel zomerverblijfgebied van de boerenfamilies uit Kaltern en Tramin
Van „Peter-und-Paul“ op 29 juni tot „Bartlmä“ op 24 augustus ging het met het hele gezin de koelere hoogte inKlinkt idyllisch? Dat is het ook – als je niet net op de fiets zit. Wie er echter per se van overtuigd is dat hij de 2.116 m hoge Roen met de mountainbike te lijf moet gaan, komt zelfs met motorondersteuning op menige steile helling flink in het zweet. Wat op deze stralend zonnige junidag natuurlijk ook komt door de enorme hitte die zich over heel Europa heeft vastgezet.
Hoe dan ook hijgen en kreunen we ondanks de ingebouwde extra wattjes op de aanvankelijk nog geasfalteerde, later met grind bestrooide en steeds grover wordende weg nr. 500 behoorlijk, terwijl collega Bio-Bike (hij werd gewaarschuwd en heeft het zo gewild!) om te overleven vecht.
Toch biedt de berg troost: met hellingspercentages van meer dan 25 en minder bosachtige schaduw ten gunste van almweiden en bergdennen. Hoewel zijn machtige rotskroon, die meer dan 400 meter steil het Etschtal invalt, al van onderaf imposant oogde, wordt de Roen namelijk des te indrukwekkender naarmate we dichterbij komen.
Dat komt enerzijds door zijn opbouw. Terwijl de tweeduizender aan de Trentino-kant zich presenteert als een zacht bergweidelandschap, doen zich richting het oosten ware afgronden open, waarvan de enorme dimensies zich pas hogerop ontsluiten, omdat de hoogste top van de Nonsberggroep uit de dekking van de duidelijk lagere Schwarzen Kopf komt.
Anderzijds ontstaat deze indruk door het trapgewijs intensievere vergezicht. Reeds bij de Malga di Romeno, een betoverende rustplek op 1.769 meter hoogte met geitjes, pauw en goudfazant en traditionele Trentino-keuken à la Strangolapreti of polenta, kregen we een eerste voorproefje geserveerd. Tot aan de top bouwde het uitzicht zich vervolgens dramaturgisch perfect op - met elke trap een beetje meer, tot het overweldigende 360°-panorama op het hoogste punt.
Eerst een overweldigend 360°-panorama, daarna bijna 2.000 meter singletrail-afdaling
Roen: de MTB-hemel op aardeWat er bij goed weer van daarboven allemaal te zien is, overstijgt elk notitieboek, elke spraakmemo, elke bergherkennings-app. Rupert, gepassioneerd multisporter, jager en landschapsbeheerder, kent en benoemt de hoogtes toch allemaal moeiteloos.
Kort gezegd dwaalt de blik van de oostelijke Dolomieten met bijvoorbeeld Peitlerkofel, Geislergroep, Rosengarten, Latemar en Marmolata over het Lagorai-gebergte en de Gardameerbergen naar de Brenta- en Adamello-groep en het Ortlergebied; en in het noorden van de bergen van het Meranerland tot aan de drieduizenders van de Ötztaler en Zillertaler Alpen. Bijna 2.000 meter onder ons strekt zich met zijn eindeloze lappendeken van appelgaarden het Etschtal uit van Bozen tot Trient, fonkelen de donkergroene Montiggler Seen en zal later ook nog het turkooisblauwe Kalterer See achter de rotswand tevoorschijn komen; met vissen zo groot dat je ze af en toe zelfs van hierboven zou kunnen onderscheiden, zegt onze gids.
Verrassend klein is daarbij alleen het topkruis van de Roen, dat bovendien niet eens op het hoogste punt staat, maar pas op het iets zuidelijker gelegen rotsplateau. Zulke bescheidenheid past bij deze bijna loodrecht oprijzende, ontzagwekkende steile wanden veel beter in het beeld dan het anders zo vaak voorkomende gigantisme van door mensen gemaakte landmerken.
Roen Trail: 1.900 hoogtemeters afdalingsplezier
Het uitzicht tijdens deze droomtocht is dus gewoonweg adembenemend. En dat des te meer, omdat het ons ook op de nu beginnende Roen-trail nog een heerlijke eeuwigheid lang blijft vergezellen. Want in de eerste vijf van haar ongelofelijke 14 kilometer en 1.900 hoogtemeters blijft deze epische afdaling nog langs de rotswanden van de Mendelkam hangen, surft over kleinere wortels en grasvelden door het bergdennengebied, tast zich via een wilde trappenpassage — die we even moeten duwen — voort naar de Schwarzen Kopf en voert van daar nogmaals uiterst flowend tot aan het Wetterkreuz. Hier genieten we, omgeven door de sporen van de onlangs ontstoken Herz-Jesu-vuren, nog één keer van het panorama en de dieptezichten.
Na het Grauner Joch verdwijnt de Roen Trail in het bos. Wie bij de bochtig-steile, met keien bezaaide trail-ingang al zijn handen vol had, blijft nu beter op de bosweg en cruist rustig het dal in.
Voor alle anderen begint hier een natuurtrail van de „bovenste S2-klasse“, naar schatting van Rupert. In Zuid-Tirol, waar men trails doorgaans laag inschat qua moeilijkheid, is dat best een statement. We zijn benieuwd.
In de praktijk is het pad niets voor watjes. Smal, vol wortels en doorspekt met rotsafstapjes, passeert het vooral in het begin ook steil terrein met afgronden. Bovendien duiken regelmatig scherpe haarspeldbochten op, en met name de nieuwe instapjes na boswegen vergen soms wat moed.
Hoe dieper we echter komen, hoe minder het pad zelf per se vlak wordt, maar in ieder geval wel de omgeving. En als we eindelijk geleerd hebben om te gaan met de „zweterige stenen“ (rotsplaten die glad en vochtig worden zodra de luchtdruk ook maar enigszins daalt), staat een vlot slot eigenlijk niets meer in de weg – behalve misschien een klein lek in de band. Maar wie zou dat hebben, als de maag al knort, de sluitingstijd van de uitgekozen eetgelegenheid nadert en het net nog dichte, nu steeds lichter wordende bos met elke afgelegde meter verder opwarmt, totdat het tenslotte volledig wijkt voor de warmte-minnende wijnranken?
Enigszins uitgeput, maar ook enthousiast over deze uitzichtrijke heen-en-weertocht door alle hoogtelagen van de Mendelkam, zoeken we bij Buschenschank Lenzenhof onze toevlucht in de reddende schaduw.
Met natuurlijke elektrolytdrankjes, zelfgemaakte lekkernijen uit de rookkamer en Kaiserschmarrn vullen we onze reserves weer aan en jagen we het gelukshormoonpeil definitief tot het maximum. Hoe perfect kan, alsjeblieft, een bike-dag zijn?
Van de wijngaarden over het bos, de alpenweiden en bergdennen de bergen in en weer terug
Monte Roen-tocht in een notendopOp het Fleimstalbahn-tracé naar de Cisloner Alm
Het zou oneerlijk zijn om onze tweede tocht aan deze highlight-trip te meten. De Ronde naar de Cisloner Alm is gewoon anders.
Ook deze is rijk aan panorama; de klim verloopt opvallend soepel en tam over het voormalige spoortracé van de Fleimstalbahn. "Boven een leuk hutje, en naar beneden heb ik dan alle mogelijkheden, van bosweg tot S2", legt gids Rupert ons uit waarom hij deze lus - niet alleen met gasten - erg graag rijdt.
We ontmoeten hem opnieuw direct in het Bikehotel in Kurtatsch, waar het ontbijt onder de druiven op het ruime terras van de Terzers ons al voor de tweede keer een ontspannen start van de dag heeft bezorgd. Midden door de wijngaarden loodst de gepensioneerde veiligheidsbeambte ons deze keer over een steil pad, de Katzenleiter, recht het dal in.
Op kaarsrechte straten wisselen we van vallei- en rivierzijde en doorkruisen daarbij het tweede hart van de lokale landbouw: de appelteelt. In onvoorstelbare afmetingen rijgt hier appelboom zich aan appelboom, tuin aan tuin en - ook een gevolg van de klimaatverandering - hagelnet zich aan hagelnet. Bijna niet voor te stellen dat deze vlakte vroeger dicht oeverbos en voortdurend overstroomd moerasgebied was. "Pas keizerin Maria Theresia zette de ontginning ervan in gang door de regulering van de Etsch", weet Rupert, door het helpen in de appelgaarden van zijn oom blijkbaar ook op dit gebied bedreven.
Vandaag is er naast miljoenen appelbomen en de rigoureus ingekaderde rivier ook nog plaats voor een autosnelweg, een spoorlijn, tal van zij- en verbindingswegen en de vorstelijk aangelegde Etschtalradweg op de ooit onder 1.500 meter dik ijs begraven gletsjergrond.
De laatste wordt druk gebruikt door fietsers van alle slag - kinderen, dagelijkse fietsers, toeristen, wielrenners in aero-houding, forenzen - . Ook wij suizen na de tamelijk nieuwe Etschbrug bij Neumarkt een stukje over deze fietsers-highway om uiteindelijk kort voor Auer in te slaan op het tracé van de voormalige Fleimstalbahn.
Midden in de Eerste Wereldoorlog, binnen slechts twee jaar door Servische en Russische krijgsgevangenen gebouwd, diende de 50 km lange spoorlijn van Auer naar Predazzo in het Val di Fiemme oorspronkelijk uitsluitend militaire doeleinden: zij moest soldaten en bevoorrading naar het Lagorai-front in de Dolomieten brengen.
Het daaropvolgende goederen- en personenverkeer werd in 1963 om economische redenen stopgezet. Vandaag is het oude traject aan de rand van het natuurpark Trudner Horn, met zijn tunnels, viaducten en bruggen, een geliefd fiets- en wandelpad.
Over de eerste kilometers is het echter een tijdreis naar de oudheid en een uitstapje naar een heel bijzonder natuurparadijs. Want direct bij het begin van de tracé ligt Castelfeder, de markante en beroemde porfierheuvel met daarop de gelijknamige ruïnes van Byzantijnse verdedigingswerken.
Er heerst een eigen sfeer in deze mengeling van zwart-rood vulkanisch gesteente, geel steppegras, groen struikgewas en bruine moerassen, die alleen door intensieve beweiding behouden kan blijven. Olijfberg-sfeer ontmoet historiedrama, boven de biotopen kwaakt het en fladdert het en in de schaduw van reusachtige eiken dutten ezels. De lokale bevolking, vertelt Rupert ons, gebruikt de weiden ook heel nonchalant voor (winterse) zonnebaden.
Tijdreis en natuurbeleving
Castelfeder, het eerste station op het voormalige tracé van de FleimstalbahnDe gravelroute bij uitstek, trappen we in een gestage maar aangename helling over het fijnste grind en prachtige spoorwegrelicten verder. Weer is het uitzicht op het Etschtal fantastisch, weer werken we ons van de wijngaarden geleidelijk naar bosrijkere streken en vervolgens richting de boomgrens.
Oude kilometerstenen, machtige steunmuren en de infrastructuur van vervlogen tijden – voormalige stationsgebouwen, tunnelklokken, resten van waterkranen – flankereren onze weg door de wijndorpjes Pinzon, Montan en Glen. "Alles Pinot Noir", antwoordt Rupert op de vraag wat er op deze percelen bij voorkeur wordt aangeplant, als we – opnieuw – voor de indrukwekkende wijnbioscoop staan. "Hij houdt er namelijk van en heeft de avondzon nodig."
Wijnbioscoop
De in heel Italië beste Pinot-Noir-lagen aan de rand van het natuurpark Trudner Horn zijn ook iets voor het oog!Zo hoog worden de in heel Italië meest gewaardeerde Pinot-Noir-liggingen geschat, dat aan de koning der rode wijnen en zijn vele verwanten onlangs een eigen leerpad is gewijd. Interactieve stations nodigen daar uit om rassen te raden of op wijnvaten te trommelen, oud gereedschap zoals Wimmschüssel en Zumm illustreert de vroegere manier van de wijnoogst, en panelen informeren over de geschiedenis van de wijnbouw van de Räter en de Romeinen over de invloed van de kloosters tot aan de recentste kwaliteitsoffensieven – trefwoorden opbrengstbegrenzing, herkomstbenaming, of ook organisatie en verkoop.
Over het terroir, dus de geheelheid van alle geografische, geologische en klimatologische factoren die het karakter van een stuk land bepalen, kom je hier eveneens het een en ander te weten. Immers scheidt de in het natuurpark gelegen Trudner breuklijn het donkere, vulkanische porfiergesteente van het lichte, kalkrijke sedimentgesteente dolomiet. Deze gril van de natuur weerspiegelt zich niet alleen in het landschap (mediterraan vs. alpin), de topografie (Schwarz- und Weißhorn!), taal- en cultuurruimten, maar beïnvloedt vanzelfsprekend ook welke van de vele in het zuiden van Zuid-Tirol gecultiveerde druivensoorten waar het beste gedijen.
Apropos natuurpark: Die eindigt met de schilderachtige bosrand die het zacht golvende Trudner Horn bedekt en daarmee de les over de streek afsluit. In de aangenaam koele schaduw van dit dichte, groene tapijt rijden we, Kalditsch achter ons latend, verder richting Kaltenbrunn, waar we na bijna 800 uitermate zachte hoogtemeters het spoortracé uiteindelijk verlaten.
Via een iets steiler asfaltweg gaat het snel omhoog naar het bergdorp Truden en daarna nog eens 100 aanvankelijk pittige meters hoger het almgebied in.
Het plateau van de Cisloner Alm ontvouwt zich tamelijk onverwacht. Maar er kan ons niets ergers overkomen dan plotseling geconfronteerd te worden met uitgestrekte weiden, verspreide karakteristieke bomen, een in het golven van de weidevlakten ingebed vijvertje en prachtige uitzichten op de bergflanken van het Etschtal en de Dolomiti di Brenta!
Dat we dit alles in beschouwelijke rust, ja, ongelooflijke stilte kunnen genieten, is een voorrecht dat ook zijn keerzijde heeft: het is woensdag - sluitingsdag (behalve in juli en augustus) in de voor haar uitstekende eten en drinken bekende berghut ...
Voor de terugweg volgen we een aanbeveling van onze gastheer: door het hek, over het weiland, bij de derde boom links het bos in - in Zuid-Tirol mag dat. Een vloeiende op-en-neer terug naar Truden zou ons daar te wachten staan, had Lukas 's ochtends beloofd.
Nou, een vrolijke zigzag tussen de hoogtelijnen tekende het smalle, door wortels en keien bezaaide trail dat Rupert voor ons uitzocht, inderdaad de steile helling in. Wat de definitie van 'flow' betreft, zouden we ons gezien het lastig onritmische verloop van het pad echter nog eens moeten buigen bij de laat-ontdekte rot in het vak - Lukas gaf lange tijd de voorkeur aan paragliden en ontdekte de wielersport pas in zijn veertiger jaren -.
Die kans zou zich eigenlijk spoedig voordoen, want zoals ook gisteren wilde de eigenaar van de 19 kamers, zodra zijn familiebedrijf (in de bediening en huis: echtgenote Charlotte; in de keuken: broer Valentin en zoon Filipp) het toeliet, zich bij ons voegen. Daarmee zou ook duidelijk zijn hoe de gepassioneerde gastronoom ondanks zijn veeleisende beroep aan zijn aanzienlijke 7.000 kilometer per jaar komt: de gecertificeerde MTB-gids ziet het niet als plicht maar als verrijking om met gasten te rijden en grijpt simpelweg elke gelegenheid aan!
Ook Rupert is blij met ons tamelijk fietsvaardige groepje en haalt, trouw aan zijn "Alles-is-mogelijk"-credo van die ochtend, voor de verdere terugweg door het Mühlental naar Neumarkt tevoorschijn: een fraaie combinatie van technische bos-trails, grofgeschotterde highspeedpassages, glad- en puinrijke wandelpaden met talrijke bochten en afstapjes en eenvoudigere tussenstukjes.
Met brede grijns komen we tenslotte aan in het pittoreske plaatsje direct aan de oever van de Etsch. Neumarkt is, naast zijn villa's in Venetiaanse stijl en charmante binnenplaatsen, vooral beroemd om zijn laubengangen. Als kenmerk van middeleeuwse bouwkunst creëerden deze weerbeschutte handelsruimtes toen de stad, die door de vlotvaart rijk geworden was, werd uitgebreid. Tegenwoordig dienen de 500 meter lange Lauben als terrasjes, uitgebreide winkelruimtes, evenementenlocaties, zonwering enz. en geven ze het oude dorpshart een heel bijzonder flair.
Van bosweg tot S2 is alles mogelijk
MTB-gids Rupert over de afdaalopties van de Cisloner AlmOp naar de kelder
Alsof de culturele zijstapjes nog niet genoeg waren, wacht ons na twee, drie bolletjes ijs van de Gelateria Arlecchino het laatste hoogtepunt van ons verblijf: Door de inmiddels broeiend hete appelgaarden steken we weer over naar de westzijde van het Etschtals en vallen, bezweet en stinkend, zoals we zijn, in de koele kelders van het Weinguts Tiefenbrunner .
De chef persoonlijk neemt ons onder zijn hoede, leidt ons naar de diepste ruimten en naar de oudste en nieuwste voorzieningen van zijn kasteelkelder en door 350 jaar familietraditie en wijnbouwkunst. Daarbij moet je weten: Christof Tiefenbrunner staat aan het hoofd van een onderneming waarvan de eerste schriftelijke vermelding teruggaat tot het begin van de 13e eeuw en die in 1675 in familiebezit kwam. En dit erfgoed moet behouden en met frisse ideeën voortgezet worden.
Met zijn als monument beschermde landgoed, parkachtige tuin en artistieke toebehoren plaatst het Castel Turmhof zich ver weg van de trend om wijnproductie in ultramoderne architectuur te bedden.
Binnen overheerst echter de meest geavanceerde techniek, van photovoltaïsche systemen en een eigen waterkrachtcentrale tot besturingstechniek en afzuiginrichtingen, en verder koelsystemen en een digitaal kelderboek.
Meer nog dan voor deze dingen gaat het hart van wijnbouwer Tiefenbrunner echter uit naar het persen in ambachtelijke zin. Je hoort het wanneer hij over zijn afzonderlijke sauvignon-perceel direct achter het huis spreekt als een "geluksgeval" en echte "arena", of wanneer hij het "zachte, soepele tannine" van een witte wijn prijst die ten minste acht maanden in houten vaten heeft gerijpt. Je ziet het wanneer hij bijna liefdevol over de speciale coating van de betonnen vaten in zijn nieuwe gistkelder strijkt. Je voelt het wanneer hij, ter illustratie van de extremen van de Kurtatscher-liggingen tussen 210 en 900 meter zeeniveau, zo duidelijk over microklimaten, lichtintensiteit en luchtstromingen vertelt dat je verandert in een meelevende druif.
En last but not least proef je het wanneer hij het meer dan geslaagde experiment van zijn vader uitschenkt — een op 1.000 meter hoogte geteelde Müller‑Thurgau — of een karaktervolle Chardonnay die in barrique vergist werd, tijdens de proeverij.
In de kasteeltuin loopt de leerzame en onthullende rondleiding ten einde. Nadat we afscheid van Rupert hebben genomen, trekken we een eerste balans van ons verblijf in Zuid-Tirol, die luidt: Bedankt, het was mooi! Maar voor het onberispelijke herstel van ons evenwichtsgevoel drinken we voor de rest van de avond liever water dan wijn …
77 ha aanplantoppervlakte, 12 druivensoorten, 31 verschillende wijnen, 80% witte wijn, 20% rode wijn
Wijngoed TiefenbrunnerSalute en ciao!
Terug op het ruime terras van Gasthof Terzer, terug bij ons laatste avondmaal in Lukas' kleine, fijne bikehotel. Er zijn daslook-, spinazie- en kaasknödel; heel verse forel met gegrilde polenta en pizza Caprese uit de houtoven.
Alles is prachtig opgediend en ruikt alsof de gehele verscheidenheid van Zuid-Tirol zich op deze borden bevindt. De op een relatief lege maag en met een actieve stofwisseling geconsumeerde Tiefenbrunner-lekkerijen vragen om achteraf nog wat extra's. En echte honger hebben we intussen ook.
Toch durven we nu op de een of andere manier niet te beginnen. Ja, de foto's zijn gemaakt. Maar met waterglazen op de achtergrond. Een fauxpas die nog moet worden weggewerkt?
Nog geen minuut nadat de huisheer schijnbaar verontwaardigd is weggegaan, komt hij mild glimlachend terug met telkens drie wijnglazen en flessen wijn in de hand. Bij de Canederli serveert de sommelier een slanke rode; bij vis en pizza zet hij telkens een witte neer - de ene wat krachtiger, de andere fruitig-licht. Vernatsch, Pinot Grigio en Weissburgunder, laatstgenoemde uit de Kellerei Kurtatsch, de andere twee van het zojuist bezochte wijnhuis.
De indrukwekkende beelden van de Roen en de Cisloner Alm nog voor de ogen en de geur van Alto Adige in de neus, moeten we onze gastheer beamen: vakantiedagen in Zuid-Tirols zuiden zijn pas echt compleet als ook de vloeibare essentie van deze ongelooflijk innemende en veelzijdige regio in de mond is. Eet smakelijk!
| Paraderoute naar het alpiene uitkijkpunt Monte Roen |
| Roen Trail: 1.900 hoogtemeters afdalingsplezier |
| Op het Fleimstalbahn-tracé naar de Cisloner Alm |
| Op naar de kelder |
| Salute en ciao! |








