In Velo Veritas Gids voor Stijlzekerheid
03.04.25 10:42 1502025-04-03T10:42:00+02:00Text: NoMan (vertaald door AI)Foto's: Erwin Haiden, F. Autrieth (8), M. Kofler (5), P. Provaznik (4), W. Gerlich (3), B. Stiller (2), M. Granadia (2), K. Eastman (2)) De rondrit op klassieke racefietsen in het Weinviertel werpt zijn schaduw vooruit. Tijdig, zodat je nog uitgebreid op rommelmarkten kunt snuffelen of replica's online kunt bestellen, houden wij ons in een zorgvuldig samengestelde expertengroep bezig met de vraag: Wat trek ik daarvoor aan? Want kleren maken nu eenmaal de mens. Of ze komen in ieder geval goed voor de dag, als je vroegere wielerperiodes weer tot leven wilt brengen.03.04.25 10:42 1592025-04-03T10:42:00+02:00In Velo Veritas Gids voor Stijlzekerheid
03.04.25 10:42 1592025-04-03T10:42:00+02:00 NoMan (vertaald door AI) Erwin Haiden, F. Autrieth (8), M. Kofler (5), P. Provaznik (4), W. Gerlich (3), B. Stiller (2), M. Granadia (2), K. Eastman (2)) De rondrit op klassieke racefietsen in het Weinviertel werpt zijn schaduw vooruit. Tijdig, zodat je nog uitgebreid op rommelmarkten kunt snuffelen of replica's online kunt bestellen, houden wij ons in een zorgvuldig samengestelde expertengroep bezig met de vraag: Wat trek ik daarvoor aan? Want kleren maken nu eenmaal de mens. Of ze komen in ieder geval goed voor de dag, als je vroegere wielerperiodes weer tot leven wilt brengen.03.04.25 10:42 1592025-04-03T10:42:00+02:00Toegegeven: het duurt nog een paar weken, maanden tot de 13e editie van In Velo Veritas. Wetende dat de meest ervaren experts dat materiaal, waaraan tijdens en met de rondrit op klassieke racefietsen in het Weinviertel gehuldigd wordt, al jaren, zelfs decennia geleden zijn begonnen te zoeken en te verzamelen, lijkt de resterende tijd tot 14 juni 2025 desalniettemin bijzonder kort.
En hoe dichter het evenement nadert, hoe dringender naast de vraag met welke fiets men wil starten (tip voor alle nieuwkomers: er zijn gespecialiseerde shops en adressen waar dergelijk spul gekocht/gehuurd kan worden), vooral ook die: „Wat trek ik daarvoor aan?“
Uiteindelijk wordt „kleding passend bij de tijd“ volgens het IVV-reglement „op prijs gesteld“, wat vrij vertaald betekent „graag gezien, maar niet verplicht“. Want behalve de voorschriften rond de voor de rit toegestane fietsen – in het kort: bouwjaar 1987/88 of ouder dan wel authentieke replica's, schakeltuiten aan het onderframe, geen gecombineerde rem- en schakelhendels aan het stuur, geen moderne klikpedalen – zijn de organisatoren werkelijk niet streng en doen zij hun best voor iedereen een ontspannen, desalniettemin sportief weekend te verzorgen.
Wie dus liever het nieuwste aero-outfit, bonte gestreepte sokken of een heel normale, degelijke fietskledij op een van de drie beschikbare routes draagt, moet zichzelf daar geen dwang opleggen. Wie zichzelf en het evenement echter een plezier wil doen, volgt de retrotrend tot in de kleding- en accessoireshoek en geniet ter plaatse des te meer van de sfeer en het flair.
Kleding die past bij die tijd wordt gewaardeerd
Uit het regelwerk van In Velo VeritasZo ver, zo goed. Maar … wat past nu precies in die tijd? Hoe slaag je in een stijl- en epochgetrouwe verschijning bij In Velo Veritas & Co.?
Wij hebben de vraag doorgegeven aan een illustere kring van gerenommeerde verzamelaars en echte liefhebbers van klassiekers – en dat nog net op tijd voor de desbetreffende Weense vlooienmarkten Ciao! Primavera in de U-Bahnboog Zufferbrücke van 4.-6. april en op het Rathausplatz in het kader van het Argus Bike Festivals op 12./13. april (tweede tip voor retro-novicen: dat waren kooptips).
Wat de Weense grootheden Michael Zappe en Werner Schuster en de Tullner specialist Franz Autrieth gemeen hebben: naast een indrukwekkend aantal stalen racefietsen van meestal bewonderenswaardige kwaliteit of exclusiviteit, oude afbeeldingen, geschriften en devotionele voorwerpen bezit ieder ook een flink aantal gereproduceerde of zelfs originele wielershirts. Hoeveel precies is moeilijk te zeggen, want: „Zijn echtgenotes in dezelfde ruimte aanwezig, daalt de voorraad onmiddellijk tot minder dan de helft,“ weet vlooienmarkthandelaar René Winkler, in wiens werkplaats in Hietzing we elkaar allemaal troffen.
Initiatief voor de samenkomst kwam overigens van het In Velo Veritas Magazin, dat binnenkort bij geselecteerde fiets-trefpunten verkrijgbaar zal zijn of bij de rit in juni als presentje wordt uitgereikt en dit jaar eveneens de geschiedenis van de fiets vertelt aan de hand van de bijbehorende mode.
Het kwartet had in de bagage een heleboel textiele schatten en zorgvuldig uitgezochte rariteiten; bij de één nogal nonchalant bijeengegaard in een enorme plasticzak, bij de ander al wat zorgvuldiger gesorteerd in de vakken van een kantoorrugzak. De volgende kwam aanrijden met een nauwgezet ingepakte en vastgezette hardschalenkoffer.
In het wilgenmandje van de vierde zat tenslotte dampend hete koffie, om de hersencellen voor de volgende opdracht op gang te brengen: al dat historische materiaal fotograferen, aftasten op bijzonderheden en aan de hand van de schier onuitputtelijke vakkennis van onze expertengroep tijdstechnisch indelen.
Voor een daaruit voortvloeiende, nauwkeurige indeling à la tijdperk X bij tricotkenmerk Y zijn de overgangen te vloeiend, de discrepantie tussen wat technisch op de fiets al mogelijk was en wat in de wedstrijdpraktijk toegestaan was te groot, de tijdsperiodes waarin bepaalde atleten de toon aangaven te kort, te lang of overlappend.
Maar een antwoord op de vraag wat degenen droegen die het zogenaamde gouden tijdperk van de wielersport bepaalden, en in hoeverre iemand die toevallig een Moser-fiets uit het begin van de jaren ’80 heeft weten te bemachtigen qua wielerkleding passend verschilt van een diehard Bartali-fan, geven de volgende uiteenzettingen in elk geval. Dus veel plezier met onze In Velo Veritas-gids voor stijlzekerheid!
De vroege jaren
Aan het begin van de 20e eeuw kleedde de wereldberoemde, meestal Franse, wielrenner zich bij voorkeur in smal gesneden wollen truien. De heren Garin, Cornet, Trousselier, Crupelandt, Pélissier, Ganna en hoe alle vroege winnaars van de Tour de France, Paris-Roubaix, Paris-Brest-Paris of Giro d’Italia ook heetten, droegen daarmee solo wat zich in de pionierstijd van een Josef Fischer nog verbergde onder pakachtige combinaties van lange kousen en kniebroeken met stevige jasjes.
Door lange mouwen en coltruien op de schier eindeloze etappes redelijk beschermd tegen wind en kou, bood het gebruikelijke kleurenpalet – gedempte bruin- en grijstinten of eenvoudig zwart – een zekere optische bescherming tegen het alomtegenwoordige straatstof en vuil. Uitzonderingen zoals de dwarsgestreepte, bonte bovenstukken van Hippolyte Aucouturier of René Pottier bevestigen de regel.
Fabrikantennamen, zoals te zien op bovenstaande reproductie van een pull uit de jaren 1910, waren in die heroïsche periode nog zeldzaam en zo ze al voorkwamen werden ze eerder flexibel aangebracht met applicaties. Niet in de laatste plaats omdat de Tour de France, anders dan bijvoorbeeld de Giro d’Italia, op aandringen van directeur Henri Desgrange tot aan de Eerste Wereldoorlog eigenlijk een strikt individuele proef bleef, waarbij ploegen (en onderlinge hulp binnen die ploegen – gangmakersdiensten, materiaalruil …) officieel verboden waren.
Wat op en boven de tricothemden des te vaker te zien was: reservebanden over de schouder geslagen, stoffen mutsjes en vliegbrillen.
En om het lijden en de prestatiecapaciteit van de helden van toen wat te verduidelijken: de toenmalige fietsen hadden zware wulstbanden, slechts één tandwiel, en waren meestal nog met een vaste overbrenging, want vrijloopsystemen zoals de zeer succesvolle Torpedo-naaf van Fichtel & Sachs werden net serieproductierijp. Om te vertragen waren stempelremmen gebruikelijk.
Oorlogstijd en tussenoorlogse tijd, naoorlogse jaren
Wereldpolitiek grijze jaren waren ook voor de wielersport magere jaren. Maar daartussen en daarna draaide het wiel steeds sneller, zoals speciaal voor Oostenrijk Max Bulla met zijn dag in het geel 1931 en zijn eerste Tour de Suisse-zege in 1933 bewees.
Ook vestigden velgremmen en meer tandwielen zich, werd de snelspanner uitgevonden en revolutioneerde vanaf 1932 de derailleur het schakelen: achterwiel verwijderen, adé! Een eeuwigdurend drama bleven echter de nog op houten velgen gelijmde, brede tubularbanden.
Wat de mode van die dagen betreft, sjoemelt onze Opel-replica: korte opstaande kragen waren nog niet in de mode; de truien werden vooraan dichtgeknoopt (in plaats van, zoals aanvankelijk, zijdelings bij de schouder) en de opgerolde kragen maakten plaats voor polokragen. Voorop prijkten enorme, met knopen sluitbare borstzakken, waarin proviand en het noodzakelijke voor de gebruikelijke monsterafstanden werd gebunkerd. Op de rug kwam er extra bergruimte volgens het hedendaagse model – boven open, in meerdere vakken verdeeld – bij. De meestal wit afgezette borstring vestigde zich als basiselement van het ontwerp, de kleurkeuze werd gedurfder, de inmiddels geborduurde tricotreclame prominenter.
Het was de tijd van de eerste grote budgetten en fabrieksploegen, hiërarchisch georganiseerd, materieel-technisch gedicteerd – denk aan Automoto in Frankrijk, Legnano in Italië, Mifa, Diamant (voor wie – vóór zijn grootste successen – ook Max Bulla reed) of wel degelijk Opel in Duitsland, waar onder andere zesdaagserekordhouder Richard Huschke onder contract stond. Die nagebouwde werkoutfit trekt Michael Zappe trouwens aan wanneer hij zijn Opel-fiets uitvoert – wie kan, die kan! Huschkes samen met Frank Krupkat in 1924 in Berlijn opgestelde en tot op heden geldende record van 4.544,2 kilometer wordt bij die inzetten echter niet bedreigd.
En het was de tijd van de eerste grote Italianen: Ottavio Bottecchia, die met Automoto in 1924 en 1925 de Tour de France won, twee jaar later echter gewelddadig om het leven kwam: met een steen doodgeslagen door een boer die hem betrapt had op het stelen van druiven; Legnano-ster Alfredo Binda, drievoudig wereldkampioen (onder andere bij de première van die wedstrijd in 1927) en vijfvoudig winnaar van de Giro, die in 1930 op aandringen van de organisator en tegen uitbetaling van het volledige prijzengeld afzag van een verdere deelname aan de Giro, om het door zijn overwicht gevreesde desinteresse van het publiek te vermijden; of, eveneens bij de constant giftgroenen, icoon Gino Bartali, die tussen zijn vijf Grand Tour-overwinningen (1936–38, 1946, 1948) waarschijnlijk honderden levens redde. Als trainingsritten vermomd smokkelde hij in de zadelbuis verborgen vervalste paspoorten voor Joden door het land.
Als echtgenotes in dezelfde ruimte aanwezig zijn, daalt de voorraad onmiddellijk tot minder dan de helft.
Waar rekening mee moet worden gehouden wanneer een verzamelaar naar het aantal van zijn gebunkerde schatten wordt gevraagdAlles wat fijn is, is van wol
Voordat we ons op de onbetwiste glorietijden van het wegwielrennen richten, nog een woord over het klassieke tricotmateriaal en de conservering ervan.
Een ongeschreven vintage-wet zegt dat je de catwalk van de velofilie bij voorkeur in wol moet betreden. Ook al jeukt het misschien. Ook al hangt het — doorregen of zweetdoorweekt — loodzwaar op de schouders. Ook al krimpt het bij elke wasbeurt een beetje meer, totdat Homo athleticus aan zijn ideale figuur begint te twijfelen.
Zuivere kunstvezels - aanvankelijk nog allesbehalve ademend of aerodynamisch gesneden, maar in elk geval ongelooflijk licht - revolutioneerden pas in de loop van de jaren 80 de wereld van de wielertruien. En volgens het IVV-reglement is het dan natuurlijk voorbij met klassiek en mooi. Daarvoor domineerden natuurlijke vezels van verschillende herkomst of schapenrassen en speciaal op de baan of als ondergoedmateriaal ook zijde; later kwamen gemengde weefsels in wol-look met uiteenlopende percentages van bijvoorbeeld Dralon of Rhovyl.
Helaas zijn mottenlarven dol op wol en eten zulke weefsels sneller op dan je kunt kijken. Als tegenmaatregelen raden onze experts aan: mottenpapier, lavendelzeep, cederhout. En elk tricot afzonderlijk in afsluitbare plastic zakken bewaren.
mottenpapier, lavendelzeep, cederhout en hersluitbare plastic zakken
Wat helpt tegen de gevreesde mottenplaagNaast wol als materiaal behoren witte borstringen, sobere, meestal tweekleurige ontwerpen en karakteristieke opschriften tot de typische insignes van vroegere wielrenepoken. En deze kenmerken weten zelfs buitenstaanders nostalgisch te raken, wat naast de relatief ver teruggaande historie van het wedstrijdgebeuren zeker ook te maken heeft met het lange adem van de sponsors. Want die bepaalden vaak gedurende bijna eeuwigheden het vrijwel onveranderde uiterlijk van de truien.
Peugeots legendarische rallystreep had bijvoorbeeld 24 seizoenen ononderbroken de tijd om zich in het geheugen van de mensen te branden; daarvoor was het oorspronkelijke blauw-geel van de Fransen 40 jaar lang op de dienstkleding van hun fabrieksrijders te vinden. Evenzo lang gebruikte Legnano het genoemde gifgroen-rood als huiskleur. Bianchis blauw-witte aanwezigheid in het peloton duurde, samen met af en toe wisselende co-sponsors zoals Dunlop, Pirelli, Ursus of Campagnolo, vanaf 1905 zelfs meer dan zeven decennia.
De Italiaanse salami‑fabrikant Molteni was in elk geval van 1958 tot 1976 actief in een eenvoudige bruin‑oranje elegantie en boekte in die periode – voornamelijk dankzij Eddy Merckx – 663 zeges. Een jaar later, en drie jaar langer, hulde Flandria — het succesvolle merk van de door een broedertwist door een muur in tweeën gedeelde fietsenfabriek Claeys — talloze talenten in markant rood-wit.
De catwalk van velofilie moet bij voorkeur in wol worden betreden
Ongeschreven vintage-regelHet begin van het gouden tijdperk
Apropos grote namen en steile carrières: In de in andere spektakels arme naoorlogse jaren stegen de helden van de landwegen uit tot halfgodenachtig vereerde megastars. En als er iemand is die symbool staat voor de snelle opkomst van wielrenners tot gevierde beroemdheden op stalen rossen, dan is het Bartalis eeuwige rivaal Fausto Coppi (de „Bartalisten“ mogen het vergeven – de vijf jaar oudere landgenoot van de Italiaan, met wie Coppi steeds spannende duels uitgevochten heeft, trad immers al eerder op). En dat niet alleen omdat hij, zoals in het IVV-Magazin 2023 – natuurlijk iets overdreven – werd beweerd, een van de weinige mensen op deze wereld was die met een Campagnolo Cambio Corsa kon schakelen zonder stil te staan.
Des te beter dat we hier meteen twee originele truitjes (!) van de Campionissimo kunnen presenteren.
Het ene, het blauwe, het celesteblauwe, heeft Franz Autrieth zonder kennis van het Italiaans, maar met veel charme van de weduwe van een verzamelaar uit Cesenatico gekocht. En zo ging het:
Volgens geruchten had de aan de Adriatische kust op vakantie zijnde Tullner gehoord van een huis vol historische fietsjuwelen, vervolgens heeft hij urenlang dat bewuste stadsdeel per fiets afgezocht en zich succesvol doorgevraagd. In de kelder lagen de bijzonderheden opgestapeld; dankzij de vriendschap van de overleden huisbaas met Giuseppe De Grandi „Pinella“, de mecanicien van Coppi, ook menig pronkstuk van de jarenlang bij Bianchi rijdende prof.
Eigenlijk was het hele inventaris al beloofd aan het museum in Novi Ligure. Maar omdat Franz de nabestaande met een vooraf vertaald spiekbriefje zo vriendelijk vroeg, mocht hij onder andere dit stuk wielersportgeschiedenis uit de eerste helft van de jaren 1950 meenemen.
Het andere Coppi-originelen, het gele, dateert uit het laatste seizoen van de vijfvoudig Giro-winnaar, vóór zijn dodelijke malaria‑ziekte in 1960.
De meester aller klassen overhandigde het, geamuseerd en uiteindelijk ook onder de indruk van diens optreden, aan de Weense amateur Alois Kasal, nadat deze zich bij een koers midden tussen de sterren had gedrongen en met hen had meegefietst.
En de "Loisl" op zijn beurt, eens Weens bergkampioen en met zijn nu 95 jaar trouwens nog steeds beste vriend van de inmiddels 102-jarige Oostenrijk-Ronde-deelnemer Kurt Enekel, heeft het aan "Radpapst" Michael Zappe nagelaten.
Van het Italië van de jaren 1950, hier verder prototypisch vertegenwoordigd door het voor de Giro karakteristieke leiderstricot, de Maglia Rosa, gaan we over naar de Alpenrepubliek.
In dit land werkten de eerste edities van de Ronde van Oostenrijk voor het plotseling kleine, nog in bezettingszones verdeelde land als een collectief afrodisiacum. Overal stonden de mensen in 1949 van de Riederberg tot het Weense Raadhuisplein langs de kant om de eerste winnaar Richard Menapace, die destijds trouwens nog helemaal geen staatsburger was, toe te juichen.
En ook in de daaropvolgende jaren tot ver in de jaren 80 veroorzaakte de Ronde van Oostenrijk ware enthousiaste stormen; hele schoolklassen trokken bijvoorbeeld naar de kant om aan te moedigen. Waarschijnlijk mede daarom worden de namen van vroegere winnaars en Glocknerkoningen tot op heden steevast met eerbied uitgesproken.
De 1. Wiener Sechstage-Rennen van 1952 op de wielerbaan in het Prater wekte in vergelijking daarmee slechts geringe belangstelling bij het publiek. De toestroom rechtvaardigde nog niet eens – voor Sixdays op zich gebruikelijk – een doorlopend programma.
Wie er echter kwam kijken, behield dankzij de fijn vervaardigde jerseys in opvallend Colour-Blocking gemakkelijk het overzicht over welk team op dat moment leidde of verloor. In ieder geval stonden in het programmaboekje ook dagelijkse scoretabellen om mee te schrijven, met exacte toewijzingen van renners en tricotkleuren.
En nu we toch in Wenen zijn: het prachtige jersey van het in 1953 opgerichte RC Hernals biedt een constructieve finesse. Inwendig aangebrachte, aan de schouders en zakranden vastgenaaide steunbanden moesten de tamelijk rekbare wol in vorm en het ruggedeelte op hun plaats houden als de drie opbergvakken zwaar beladen waren.
Brullende jaren zestig
Blijvend in Oostenrijk en Eddy Merckx, waarschijnlijk de beste wielrenner aller tijden, en zijn welbekende Faema's en Molteni ijskoud negerend, moet nu toch echt Franz 'Ferry' Dusika genoemd worden. Als uitmuntend baanrenner uit de tussenoorlogse periode gebruikte de latere zakenman en manager met een verborgen NS-verleden onder meer zijn contacten om in 1968 de Dusika Jugend Tour in het leven te roepen. De in heel Europa belangrijkste ronde voor 17- en 18-jarigen diende vervolgens als springplank naar het grote toneel voor tal van talenten die in de jaren daarvoor hun neus tegen de etalage van Dusika's gerenommeerde fietsenwinkel hadden gedrukt.
Wat aan het bijbehorende tricot opvalt: het heeft al een frontrits in plaats van een knopenrij en een staande kraag in plaats van een polokraag, maar nog steeds borstzakken.
Hetzelfde geldt voor het uit de vroege jaren zestig daterende origineel van de Union Peterquelle. En naar het aantal herstelwerkzaamheden te oordelen, was het mosterdgele bovenstuk van deze amateurclub, die later onder Wolfgang Steinmayr (legendarisch winnaar van de Ronde van Oostenrijk 1972, 73, 75 en 76) vele lokale sterren wist te contracteren, voor zijn vorige eigenaar blijkbaar bijzonder dierbaar.
De betrokkenheid van het Stiermarkse mineraalwatermerk maakt trouwens ook voor Oostenrijk zichtbaar wat internationaal vanaf de jaren zestig gebruikelijk werd: nadat het belang van de fiets als vervoermiddel en daarmee de financiële kracht van de fietsindustrie geleidelijk afnamen, sprongen branchevreemde sponsors bij en pronkten voortaan met hun dranken, koffiemachines, scheerapparaten, farmaceutica enz. op de tricotten van grote, legendarische koersploegen.
In het buitenland greep Cycles Mercier, vaste sponsor van de "eeuwige tweede" Raymond Poulidor, altijd al nog dieper in de verfpot dan de Peterquelle. Hij, eerst tijdgenoot van Jaques Anquetil, later van Eddy Merckx, bleef ondanks 14 deelnames een Tourzege ontzegd. Maar hij werd in elk geval publiekslieveling, de lila-gele ‚Poupou', op zijn roze werkpaard.
Apropos apparaat: De fietsen van de jaren 1960 waren of strikt Frans (Simplex, Huret) of Italiaans (Campagnolo) uitgerust en waren flink veranderd: aluminiumvelgen, (schuine) parallellogramversnelling, tien versnellingen, riempedalen, de drinkfles van plastic in plaats van metaal en verhuisd van het stuur naar de driehoek van het frame. Bovenlichamen die in banden waren gewikkeld behoorden tot het verleden; daarentegen verschenen er voor het eerst valringen op de hoofden van de wielrenners.
In de jaren zestig toonaangevend: Franse versnellingsonderdelen van Simplex of Huret
Aan de Japanse fabrikant Suntour is op zijn beurt het in 1964 gepatenteerde schuine parallellogram te danken.
Het zouden een eigen verhaal waard zijn: de werkplaats en het leven en werk van Rad-Tandler René Winkler. Het laatstgenoemde is er gelukkig al ("Primus inter Flohmarkthändlern", IVV-Magazin 1/2022), in plaats van het eerstgenoemde laten we hier uit ruimteoverwegingen "alleen" beelden spreken. En we voegen de opmerking toe: Renés "woonkamer" in de U-Bahn-Bogen bij de Zufferbrücke in Wenen 13, destijds in vervallen staat overgenomen, gerenoveerd en geleidelijk tot een Grätzl-trefpunt voor gerichte burenhulp geworden, is van 4. tot 6. april de locatie van de Primavera-vlooienmarkt.Het zouden een eigen verhaal waard zijn: de werkplaats en het leven en werk van Rad-Tandler René Winkler. Het laatstgenoemde is er gelukkig al ("Primus inter Flohmarkthändlern", IVV-Magazin 1/2022), in plaats van het eerstgenoemde laten we hier uit ruimteoverwegingen "alleen" beelden spreken. En we voegen de opmerking toe: Renés "woonkamer" in de U-Bahn-Bogen bij de Zufferbrücke in Wenen 13, destijds in vervallen staat overgenomen, gerenoveerd en geleidelijk tot een Grätzl-trefpunt voor gerichte burenhulp geworden, is van 4. tot 6. april de locatie van de Primavera-vlooienmarkt.
De beginjaren van het Argus Bike Festival op het Rathausplatz, nog vóór de Argus- en festivaltijden (voor de geschiedenis van dit evenement zie de Bikeboard-beeldverslag 2024), dat was als het ware René. Bijna 30 jaar later staat de voormalige koffiehuiseigenaar natuurlijk ook weer op het Rathausplatz met een stand: 12./13. april!De beginjaren van het Argus Bike Festival op het Rathausplatz, nog vóór de Argus- en festivaltijden (voor de geschiedenis van dit evenement zie de Bikeboard-beeldverslag 2024), dat was als het ware René. Bijna 30 jaar later staat de voormalige koffiehuiseigenaar natuurlijk ook weer op het Rathausplatz met een stand: 12./13. april!
De italofiele jaren '70'
In de jaren zeventig, toen Merckx geleidelijk de weg vrijmaakte voor Francesco Moser, Bernard Hinault & Co., de grote monopolisering: nauwelijks een fabrikant die niet op Campagnolo inzette. De in 1968 gepresenteerde Nuovo Record - niet alleen zoals gewoonlijk elegant, maar dankzij aluminium ook eindelijk licht - werd vanaf 1973 als Super Record (met titanschroefjes!) het begeerde meesterstuk. Deze status behield ze tot de triomftocht van Shimano in de late jaren tachtig.
Fabrikanten van elegante stalen sieraadjes zoals Cinelli met zijn destijds al legendarische Supercorsa of Pinarello, meester in het bewerken van lichte Columbus-buizen, passen perfect in die Italiaansheid. En die spreekt Werner Schuster aan. Het Inoxpran-Jersey van het in 1979 opgerichte team kocht hij in 1980, toepasselijk direct in de Pinarello-shop in Treviso, om zijn eerder aangeschaft eerste racefiets van dat merk stijlvol uit te voeren - en misschien ook in de hoop dat daarmee Giovanni Battaglins klimkwaliteiten op hem zouden overgaan?
Ook 100% Italiaans, hoewel vrij Amerikaans aandoend en Belgisch van samenstelling, was het Brooklyn Team. De naamgevende kauwgomfabrikant uit Milaan had zich voor zijn merkuitstraling laten inspireren door de beroemde brug in New York. Paradeatleet van het op Gios-racefietsen rijdende team was onder meer klassiekerspecialist en wereldkampioen veldrijden Roger De Vlaeminck. Werner Schuster vertelt er als anekdote over dit hem als gegoten passende jersey liever bij dat hij, om het weer uit te trekken, al eens de hulp van de buurman moest vragen. Wat ook verklaart waarom het ooit uit het bezit van de veel groter gebouwde Michael Zappe in dat van hem overging ...
Beide truitjes hebben gemeen dat nieuwe technologieën steeds preciezere logoweergaven en complexere ontwerpen mogelijk maakten.
Niet erg snel, maar erg elegant
Het commentaar van wereldkampioen Roland Königshofer over de RCGV-mannen na een heroïsch nationaal 4000 m-kampioenschap op hun flesgroen-metallicgekleurde RIHs met gele decalsOp naar de moderne tijd
Framebouwers experimenteerden met verschillende doorsneden en met aan de uiteinden versterkte buizen. Look bracht, in tegenstelling tot Cinellis eerste poging in 1970, een probleemloos werkend klikpedaal. Shimano dwaalde mee met de aero-trend, maar schitterde daarna met geïndexeerde schakelwippen. Sponsoren ontdekten in stuurkapjes potentieel voor aanvullende logoplaatsing. Kortom: een nieuw tijdperk in de wielersport diende zich aan.
Colnago's in 1983 gepresenteerde model Master met de vierzijdig stervormige Columbus Gilco-buizen is een waardige vertegenwoordiger van deze fase. Giuseppe Saronni werd echter al in 1982 wereldkampioen, en dat nog op klassieke ronde buizen. En bezorgde daarmee het pas gevormde team van keukenfabrikant Del Tongo – naast zijn in het oprichtingsjaar behaalde overwinningen bij de Ronde van Zwitserland en de Ronde van Lombardije – een eerste reuzensucces.
Met Shimanos grondige revisie van de in 1973 geïntroduceerde Dura Ace-groep brak in 1988 definitief de moderne wielersport aan. De Japanners verplaatsten hun gerasterde schakelhendels van de onderbuis naar de remgreep – STI was geboren.
Daarvoor beleefden echter de „Wiener Mechanikerräder“ (© Michael Zappe) nog een laatste bloei. „Op RIH kom je aan, maar je vergaat op Select“, spot het volk wel. In werkelijkheid wisten de Weners echter heel goed wat ze hadden aan deze beide, sinds eind jaren 1920 respectievelijk de jaren 1930 bestaande en hier als voorbeeld aangehaalde fietssmeden.
Zowel het door Franz Hamedl opgerichte bedrijf RIH als het door Georg Gartner gevestigde merk Select deden actief aan sponsoring. Het modernere tricot bij het contract, al met een aandeel kunstvezels en deels geflockt, leverde in de jaren 80 beslist laatstgenoemde.
Bij Oostenrijkse vintagefans wordt echter bijna cultachtig Puch vereerd, de dominante kracht uit Graz. Ten slotte presenteerde Werner Schuster een pronkstuk, "waar Puch-fans voor zouden doden" ... althans, als het goedkoop te krijgen zou zijn in combinatie met een Ultima-racefiets in profgroen: die van het internationale profteam Puch Wolber - niet te verwarren met het nationale amateurteam rond de jarenzeventig-vedette, drievoudig winnaar van de Ronde van Oostenrijk en viermaal Glocknerkoning Rudi Mitteregger.
In 1981 behoorden onder anderen de tweevoudig Tour-winnaar Bernard Thévenet in zijn laatste profjaar, de 'Rote-Laterne'-specialist Gerhard Schönbacher en de latere dubbelwereldkampioen veldrijden Klaus-Peter Thaler tot de selectie. Slechts een jaar later ging het hoofdsponsorschap naar de Franse bandenfabrikant, terwijl Puch zich samen met Eorotex en Campagnolo in Zwitserland inzette. Daar voegde zich op zijn beurt de tot op heden jongste winnaar van de Ronde van Oostenrijk, Gerhard Zadrobilek, bij.
In veel varianten = IVV
En hoe zit dat allemaal bij In Velo Veritas? Daar rijdt het in het kader van de huidige retrotrend nieuw geproduceerde en online verkrijgbare wollen replica naast de in de kast gevonden Banesto-variant, fietst de gestipte sok naast het bloemenhemd. Sporadische kniebroeken ontmoeten Mondrians die tot tricot zijn geworden of Mannerschnitten, clubkleding van weleer rijdt schouder aan schouder met bikewear van de modernste snit. En boven alles pronken de gedurfd geschoven of duidelijk afgezette opschriften van vroegere tot huidige fabrikanten en sponsoren: Molteni, Guerra, Kas, Flandria, BIC, Wiel’s, Atala …
Meer nog dan authentiek lijkt er dus om kleur gevraagd te worden; de klassieker-uitstap heeft naast de echte "old‑school"-rijders immers minstens evenveel fans in qua thema duidelijk minder onderlegde kringen, die gewoon een fijne dag op de fiets willen beleven en zich uiterlijk en in de praktijk aan de ongedwongenheid willen overgeven.
van links naar rechts: de allemaal keurig geklede heren Hans Lienhart, Gerhard Zadrobilek, Hans Summer (drievoudig deelnemer aan de Olympische Spelen, onder andere 10e in de ploegentijdrit met Siegfried Denk, Roman Humenberger en Rudi Mitteregger), Franz Spilauer (viermaalig WK-deelnemer, etappewinnaar van de Ronde van Oostenrijk en winnaar van de RAAM) alsook Rudi Mitteregger (staand, inmiddels helaas overleden) bij de IVV 2017.van links naar rechts: de allemaal keurig geklede heren Hans Lienhart, Gerhard Zadrobilek, Hans Summer (drievoudig deelnemer aan de Olympische Spelen, onder andere 10e in de ploegentijdrit met Siegfried Denk, Roman Humenberger en Rudi Mitteregger), Franz Spilauer (viermaalig WK-deelnemer, etappewinnaar van de Ronde van Oostenrijk en winnaar van de RAAM) alsook Rudi Mitteregger (staand, inmiddels helaas overleden) bij de IVV 2017.
Tegelijkertijd waren en zijn er bij de klassieker-rondrit door het Weinviertel ieder jaar weer ware textiele schatten te bewonderen: Het gele tricot van de allerjongste winnaar van de Ronde van Oostenrijk uit 1981, toebehorend aan Gerhard Zadrobilek, of het 7-Eleven-jersey van dezelfde renner, waarmee hij in 1989 zijn eerste wereldbekerzege in San Sebastian behaalde. Ongelooflijk veel Puch-tricots - we zijn hier immers tenslotte in Oostenrijk - in diverse uitvoeringen en designs, het meest legendarisch waarschijnlijk die van wol met de rood-wit-rood gestreepte mouwen, zoals bijvoorbeeld de viermaal Glocknerkönig en drievoudig winnaar van de Ronde van Oostenrijk Rudi Mitteregger ze origineel droeg. Het overgrote nationaal team-tricot van de Oostenrijkse kampioene Hanni Hack met de rode achterzakken, de gebogen "Austria"-opdruk en het plaatselijke wapendier op de borst. Of het vrij vergelijkbaar ontworpen, maar duidelijk moderner gesneden pendant van olympiër Andreas Langl.
Wie zich trouwens bij het dit jaar nieuw ontworpen IVV-merinotricot precies aan die nationaalteamtricots herinnert: Klopt, de uitgaven uit de jaren 80 daarvan stonden model!
Er zit dus van alles in de fietsbroeken en -tricots waarin jaar na jaar bij In Velo Veritas aan de start wordt gegaan. Een beetje carnaval, een beetje bewondering, een vleugje historisme en steeds weer zelfs echte originaliteit. Ook en vooral echter: veel levenslust!
De 13e editie van In Velo Veritas vindt plaats op 14./15. juni 2025 in Poysdorf.
Afsluitende opmerking








